Persberichten
Hieronder vindt u een overzicht van de recent verschenen persberichten over Historisch Tijdschrift Fryslân, het meest recente persbericht staat bovenaan.
Staveren 950 jaar stad
De oudste stad van Friesland, dat is Staveren. Een naam die op middeleeuwse kaarten vaak eenzaam in een grote lege omgeving staat te pronken. Zo’n stad moet toch wel wat voorstellen, zou je denken. Het feest van 950 jaar stadsrechten wordt dit jaar dan ook groots gevierd.
Maar van de stedelijke allure is tegenwoordig in Staveren niks te merken. Een bolwerk op de middeleeuwse grens tussen de Hollandse en Friese machtsgebieden? Je zoekt er vergeefs naar. Pakhuizen? Imposante regentenwoningen? Zware vestingwerken? Stadspoorten? In geen velden of wegen te zien.
Staveren is een leuk stadje, maar zijn verleden is onvindbaar in het straatbeeld. Zijn geschiedenis is echter des te boeiender! In deze Fryslân enkele prikkelende bijdragen, zoals die van Gerben Abma, die zich afvraagt waar die wonderlijke tegenstelling toch vandaan komt, tussen glorierijk verleden en suffe werkelijkheid. Sicco van Albada, die een enorm werk maakt van zijn archiefonderzoek naar voor-Napoleontische scheepsbouw in Friesland, beschrijft de oude Staverese scheepsbouw, van groot belang natuurlijk , met de zee zo nabij. Over bijzondere handel op de oceanen door Staverse schippers schrijft Jan de Vries, aan de hand van een toevallig gevonden gebrandschilderd raampje met een Staverse voorstelling, dat in een Amrikaans museum wordt bewaard.
Dirk Huizinga vertelt over de anslovisserij die kortstondig grote welvaart bracht, maar die een totaal ander soort visserij was dan de gebruikelijke. En natuurlijk krijgt de vermaarde treinboot aandacht, in een artikel van Jelle Koenen.
Wat is zakkoek, zo vraagt de lezer zich af na deze aankondiging. Jeanine Otten maakt duidelijk dat dit vroeger een bekend gerecht was, met daarbij een apart verhaal over een Groenlandvaarder.
Een plek die iedereen weet te liggen maar die niemand ooit bezocht is de BB-bunker bij Grou, secuur door Hans Koppen uit de doeken gedaan.
Dick de Boer maakt furore met zijn levenswerk over abt Emo (Emo’s reis); Jan van Zijverden vertelt over dit enorme werk van de Groningse emeritus-hoogleraar.
En de Drachtster Feart, dát is nog eens een Verbroken Verbinding waarover Kerst Huisman nóg wel een paar pagina;s over kan doorschrijven. De Drachtster dramatiek over wat was, wat verloren ging en wat schijnbaar maar niet mag terugkomen.
In de rubriek Verdwenen Beroepen twee rauwe werkmannen: Yke Koudenburg en Auke Slagter reden jaren achtereen melkbussen van de boeren langs de Schoterlandseweg naar de melkfabriek De Takomst in Wolvega.
opgesloten in zijn krappe, benauwde en bar ongezonde werkplaats.
Persbericht/De Friese Koe
Fryslan – juli 2011
De Friese Koe
Het is maar goed dat het befaamde bronzen beeld van ús mem In Leeuwarden op een sokkel staat, dan lijkt deze oer-Friese koe nog een beetje imposant. Ze is eigenlijk maar een kleintje. Zulk praat moest je begin jaren vijftig, toen over de vorm van het beeld werd nagedacht, niet hebben. De maker, de Leeuwarder kunstenaar Gerardus Adema, werd bij wijze van spreken horendol van de bemoeizucht van vooraanstaande veefokkers: geen detail ontsnapte aan hun aandacht en voortdurend liepen ze de kunstenaar met nieuwe eisen voor de voeten.
Het in 1954 ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het Friesch Rundvee Stamboek onthulde beeld ligt -figuurlijk- aan gruzelementen: zulke kleine koeien lopen er niet meer rond. Begin jaren zeventig ging het roer om en nu zijn bijna alle koeien op melkveehouderijen Holstein Friesians. De melkgift, want daarom draait het toch voor de boer, is verdubbeld en loopt intussen richting de 10.000 liter per jaar.
De roem van de Friese koe is geschiedenis. Een mooie geschiedenis, want vol van hoogte- en dieptepunten, van glorie en drama. Van aansprekende veefokkers, imposante export en nog altijd grote economische betekenis, al is bijna alle zuivelindustrie uit Friesland vertrokken. De koe spreekt sterk tot de verbeelding. Heilig is ze dan wel niet, gekoesterd en geknuffeld wordt ze zeker. Een licht waggelende schoonheid is ze, met als onmisbaar spiegelbeeld de stoere stier. Veel mensen beleven plezier aan het schilderen van koeien en stieren, wat nog niet meevalt. Deze Fryslân verhaalt over ‘onze’ Friese koe. Wie kan dat beter dan Reimer Strikwerda? Deze Friese boerenzoon volgde de veefokkerij decennia achtereen van nabij en publiceert er nog regelmatig over.
Uitvinder van de snarenbedpootmachine
In deze gevarieerde Fryslân ook een biografie over het boeiende leven van uitvinder/kunstenaar Abe Gerlsma. In het Fries Landbouwmuseum in Eernewoude loopt over hem momenteel een mooie tentoonstelling: kunst en boerenark, een mooie combinatie voor een uitje.
Dood achter de piano
Nogal dramatisch, bijna aandoenlijk is het lot geweest van Binne Veltman, liefdevol door Doeke Sijens besproken. De dood vinden achter de piano, door blikseum: dat is op z’n minst origineel.
Over een bijzondere aankoop van kinderkleding door het Fries Museum schrijft Gieneke Arnolli. Er nog onderzoek nodig om precies te achterhalen hoe en wat.
Peter Karstkarel pakt uit met een overzicht van chaletbouw in Friesland. Daar is toch nog veel van te zien. Vaak zijn de panden met aandacht en liefde gebouwd, dus heel verwonderlijk is het niet dat er nog zoveel van te zien is. Maar we blijven Nederlanders: hier en daar moest het ook nuttig zijn, bijvoorbeeld met inspringingen bij sluiswachterhuisjes, zodat de sluiswachter van binnenuit aankomende schepen kon zien.
Verdwenen beroep
Koperslager Jan Dijkstra is op de achterkant te zien op een manier die tijdens zijn leven zelden voorkwam: in volle glorie. In zijn lange werkzame leven was hij immers min of meer opgesloten in zijn krappe, benauwde en bar ongezonde werkplaats.
Persbericht - Sex
Fryslân mei 2011
Sex: last en lust
Een opvallend, oud kunstwerk uit de Koninklijke Bibliotheek siert het mei-nummer van het Historisch Tijdschrift Fryslân. De maker van de gouache in het liber amicorum van Juw van Harinxma uit 1625 zou wel vreemd opkijken als hij zijn werk terugziet op een tijdschriftomslag met als thema-titel “Sex”.
Nu dekt deze titel niet geheel de lading, om in terminologie te blijven. De meeste artikelen gaan meer over de morele opvattingen: over wat mocht en wat niet. Over wat desondanks werd gedaan en wat werd nagelaten. Weinig onderwerpen houden de mens zo bezig als sexualiteit, maar er vrijelijk over praten: nou nee.
Politieonderzoeken
Hilarisch en toch ook triest is het verslag dat Doeke Sijens schreef over de oprichtingsperiode van de afdeling Friesland van het COC. Herenliefde, daar sloegen de autoriteiten steil van achterover. Verbieden kon je het niet, anders dan de ook al verkrampte wetgeving voorschreef, maar er niks aan doen, zou de apocalyps naderbij brengen, zo was de overtuiging. Dus werd de politie erop uitgestuurd om nauwgezet verslag te doen. Namen wilde de Hermandad weten. Maar die kwamen er niet. Alleen Bram vand er Peijl, zoon van de huisfotograaf van Fan Fryske Groun, gaf de zijne brutaalweg.
Er is sindsdien veel verbeterd, maar “praat me niet van die goede oude tijd”, zo zegt Kerst Huisman, auteur van het overszichtsartikel ‘De seksuele bevrijding van Friesland’. Hij heeft geen goed woord over voor de verstikkende dwingelandij van de jaren vijftig en maakt duidelijk dat de voornaamste vrucht van dat moralisme hypocratie is.
Lektuurtuin
Over die hypocratie kan Joop Fenstra smakelijk vertellen. De Leeuwarder ondernemer runde begin jaren zeventig de ‘Lektuurtuin’ in Leeuwarden. Daar lag een keur aan “vieze boekjes”, maar ook aan hulpstukken om de voorbeelden uit die boekjes in praktijk te brengen. Fenstra verkocht veel onschuldige lektuur, die dan alleen als doel hadden, de opwindende tijdschriften ongemerkt tussen te verstoppen op weg naar huis.
Stoer
De stoerste foto in Fryslân is zonder twijfel die van Mees Toxopeus. Deze beroemde mensenredder is de bedenker van de zelfrichtende reddingboot, waarvan de Insulinde (onlangs weer in de vaart genomen) de bekendste is. Toxopeus en zijn reddingboot spreken sterk tot de erbeelding van de Friezen. Als de motoren van de Insulinde versleten zijn en nieuwe liefst 50.000 gulden moeten kosten en het einde van het reddingwerk nabij lijkt, springt de Friese bevolking in de bres. Onder aanvoering van journalist Keimpe Sikkema wordt het benodigde geld bijeen gebracht en kan de Insulinde zijn heilzame werk voortzetten.
EBF
Voor kenners een logische arkorting, voor velen toch een naam die bekend voorkomt, maar wiens roem prooi dreigt te worden van de vergetelheid: Eeltsje Boates Folkertsma. Hij was het boegbeeld van het christelijk deel van de Friese beweging.
Persbericht/Water
Fryslân – maart 2011
Het water komt!
De maarteditie van het Historisch Tijdschrift Fryslân gaat over wateroverlast. Dat is een “eeuwig” actueel thema in Friesland. Ga maar na: het langste stuk buitengrens is water, tot de aanleg van de Afsluitdijk (eigenlijk ‘Afsluitdam’) zout water. En dan heeft de Friese bodem ook nog een onhandig reliëf. Er is wat afgeploeterd om het watermonster te bedwingen. En nog altijd beroert het thema ‘Het water komt’ die Friese gemoederen.
Lege Midden
In een knap bondig betoog legt Siem van der Woude uit hoe de afvoer van het zoete water in Friesland is geregeld. Door de natuur en door de mens. Het is niet zo dat de provincie mooi afloopt van hoog bij Appelscha tot laag bij Harlingen, zodat het overtollige hemelwater vanzelf afvloeit. We hebben immers het Lege Midden. Misschien denkt menige watersporter die dat prachtige gebied doorkruist wel dat ‘Lege’ ‘leeg’ in de zin van ‘uitgestorven’ betekent. Dat is niet zo: het is ‘leeg’ in het Fries, laag dus. Het water loopt daar van nature heen en niet zo makkelijk weer weg.
Een fiks deel van Friesland bestaat uit veengrond. Daar werd vroeger zó rigoureus turf gewonnen, dat de mens zijn eigen wateroverlast creëerde. In Fryslân een Opsterlands voorbeeld uit niet eens zo lang vervlogen dagen.
Wouda
Frieslands icoon van de strijd tegen het water is natuurlijk zonder meer ‘ons’ Woudagemaal. Jelle Hagen vertelt nu eens het verhaal over de man achter deze machtige stoomkathedraal. Wouda blijkt wel wat meer te hebben gepresteerd.
Bijzonder boeiend is de beschrijving van de watersnoodramp van 1825. Frits David Zeiler is uitstekend in deze geschiedenis ingevoerd en schetst een beeld van enerzijds ontstellende verwoesting, anderzijds van adembenemend snelle actie om de nood te lenigen.
Blokhuizen
Van de hand van kenner bij uitstek Meindert Schroor is het artikel dat voor menige lezer volkomen nieuw zal zijn. Het gaat over de bouw van versterkingen door de Saksische en Habsburgse heren van Friesland, in het bijzonder de zogeheten blokhuizen van Stavoren en Harlingen. Deze aanleg blijkt verantwoordelijk voor de bijzondere kustlijn bij beide steden.
Pestbosjes
Je rijdt er achteloos aan voorbij: ogenschijnlijk loze plukjes bomen in het land. Ze zijn op tal van plaatsen te vinden. Hans Koppen verklaart de droevige geschiedenis erachter. Dan ga je er toch anders tegenaan kijken: de bosjes krijgen een verhaal en betekenis. Een nog een beetje winters onderwerp gaat over kleine kunstvoorwerpen die vroeger als aandenken werden gekocht bij een grote schaatsprestatie. Heen en weer over de Zuiderzee; dat was toch wel een mooi mosterdpotje waard.
En er is een nieuwe columnist, niet de minste: Eelke Lok. Hij gooit de stelling op tafel dat ‘wij Friezen’ eigenlijk, eh..; nou, lees dat zelf maar. In de nieuwe Fryslân.
Persbericht/Drank
Fryslân – januari 2011
Drank: misbruik en bestrijding
Het nieuwe nummer van het Historisch Tijdschrift Fryslân heeft een thema dat vandaag de dag velen aanspreekt: drank, en dan met name misbruik daarvan. De artikelen zijn historisch, niet alleen omdat Fryslân een historisch blad is, maar ook door het volkomen andere karakter van het drankprobleem in met name de 19de eeuw, vergeleken met tegenwoordig.
Blauw en rood
‘Slaven van Koning Alcohol’, zo werden de mensen wel aangeduid die lastig de fles konden laten staan. In de laatste decennia van de 19de eeuw en de eerste van de 20ste eeuw hield het drankprobleem Friesland op lastig meer voor te stellen wijze bezig, meer dan waar ook in het land. Kwam dat door het bovengemiddelde gebruik van sterke drank (gemiddeld meer dan tien liter per persoon)? Door de armoede die grote delen van de provincie teisterde? Kerst Huisman schrijft er een fraai overzichtsartikel over.
Wat het ook was dat het drankmisbruik aanwakkerde: het lokte een steeds krachtiger tegenbeweging uit die haar hoogtepunt kreeg in de linkse beweging. Domela Nieuwenhuis lanceerde de kreet ‘denkende arbeiders drinken niet, want drinkende arbeiders denken niet’. Johan Frieswijk beschrijft dit aan de hand van zijn eigen familiegeschiedenis. Ook een bijdrage van Doeke Sijens over drank en literatuur toont hoe breed het probleem werd gevoeld.
Jeanine Otten beschrijft het verhaal van het oude ambacht van jeneverstoken in Harlingen. Het Geheim van Talma kreeg een wonderlijke wending toen eigenaar Hannema halverwege de 19de eeuw de stokerij afbrak vanwege het leed dat jenever de mensen aandeed.
Blauwe Knoop
Het vraaggesprek van deze aflevering gaat met Doede Boon. Hij is landelijk voorzitter van de ANDO, de ‘Blauwe Knoop’. Het alcoholprobleem is tegenwoordig medisch gezien zeker zo groot als een eeuw geleden, maar de financiële ellende ervan is door de welvaart goeddeels afwezig. Ook anderszins zijn er grote verschillen: was de blauwe beweging begin 20ste eeuw een massale volksbeweging, tegenwoordig is de ANDO een zieltogend gezelschap oudere mensen.
Buikschuiven
Elders in deze Fryslân een protret van Douwe Douma van Dokkum, letterzetter, een verdwenen beroep. Eveneens verdwenen is de verbinding bij Keimpetille (Kingmatille), tussen Franeker en Dronrijp. Het Van Harinxmakanaal doorklieft het gehucht, al zijn er plannen om er weer een pontje te laten varen.
Een bijzonder type, dat was Roelof Boltje. Deze pionier uit Easterlittens begon als slootjesbaggeraar en klom op tot de man achter de strandverbetering van Copacabana. Met name zijn vinding van de buikschuiven in baggerschepen bracht zijn bedrijf tot bloei.
De Spaanse Griep velde in 1918 één van de spraakmakendste Jong-Friezen: Meint Bottema. Het was een schok voor de beweging, die in Eastermar een grafmonumentje voor hem oprichtten.
Persbericht Banken
Fryslân – november 2010
Banken – sparen en lenen
Onze voorouders waren lang niet zo degelijk als wij denken. Spil- en speculatiezucht waren ondeugden die onder de gegoede Nederlanders wijdverbreid waren. De Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, een ideële instelling, begon in de 19de eeuw met het propageren van het sparen en daarvoor spaarbanken oprichtte. Naar haar overtuiging zou spaarzaamheid de arbeidersbevolking zelfbewust en onafhankelijk maken. Dat lukte wonderwel: in anderhalve eeuw werden de Nederlanders een zeer spaarzaam volkje.
Het Nederlandse bankwezen belandde in 1924 in een soortgelijke crisis als in 2008. Het was de later zo verguisde minister-president Hendrik Colijn, die het Nederlandse bankwezen met steunmaatregelen overeind hield. Al daarvoor was het vertrouwen van de bevolking in de soliditeit van de banken tot een dieptepunt geslonken. Zo kon in 1921 één enkele broodventer een run op de spaarbank in Leeuwarden veroorzaken. Die echter nog op het nippertje gered kon worden.
Dit is slechts een kleine greep van wat er in de verschillende artikelen aan de orde komt. Er is veel overeenkomst met het verleden. Maar er zijn ook grote verschillen. Processen als schaalvergroting en globalisering hebben het Nederlandse bankwezen in hun greep gekregen. Gelukkig is de Friesland Bank zich zelf gebleven. Een bank die in Friesland geworteld is en die zich naar buiten, want de Friesland Bank is allang geen regionale bank meer, identificeert met elementen uit de Friese cultuur. Daarmee heeft zij succes. Wat ook weer afstraalt op Friesland en de Friezen. Hetzelfde doet ook het Koninklijk Fries Genootschap. Vandaar dat de presentatie van dit thema nummer - heel toepasselijk – op het hoofdkantoor van de Friesland Bank gebeurt.
Persbericht De lucht in!
Fryslân september 2010
De lucht in!